Ik heb Boorman ontmoet, Karel Boorman, in een Brussels café,

geheel onverwachts, en zeer laat op de avond.

Ik werd overvallen door een stemming die ik nooit

had ondergaan, zo diep was de neerslachtigheid,

die mij plotseling als een nevel omhulde.

Zacht verwijtend noemde ik wel tienmaal mijn naam,

maar ik kreeg van mezelf geen antwoord.

En toen zag ik mezelf voor het eerst zoals ik werkelijk was:

een verloren schaap in de samenleving.

 

Acteur, regisseur, auteur en artistiek duivel-doet-al Guido Lauwaert begon halfweg de jaren zeventig monologen te spelen, onder andere Lijmen (Willem Elsschot), Reis naar het einde van de nacht (Louis-Ferdinand Céline), en Wie is er bang van Virginia Woolf (Edward Albee), onder de titel Wie is bang van Guido Lauwaert.


Elsschot bleef jarenlang misschien wel zijn grootste liefde. Enkele jaren geleden bazuinde Lauwaert zelf rond dat hij voor de aller-, aller-, allerlaatste keer Lijmen zou opvoeren. Toen we hem vorige winter een keer in een Gentse nacht tegen het lijf liepen, was het echter erg snel beklonken. Hij zou Lijmen nog een keer leven inblazen. In Wilrijk. Daar was hij al een tijdje niet meer geweest.

 

En dus: tussen al het jong geweld dat we in onze schouwburg welkom heten, presenteren we trots de jongste (van hart) van allemaal: dames en heren: applaus voor de grootmeester!